Esther Cohen – Verbinden aan jezelf, het leven, de Liefde

Een tijdje terug sprak ik Petra en ik vertelde haar dat ik enorm verliefd ben. “Ik voel een nieuwe blog aankomen”, reageerde ze. Ik dacht: “echt niet!” En dat dacht ik om verschillende redenen…

In de eerste plaats is Stichting De Jonge Weduwe opgericht voor jonge weduwen, met kinderen onder de 18 jaar. Nu was ik wel een jonge weduwe toen het lot mij en onze kinderen trof, maar inmiddels zijn we 10 jaar verder en val ik heus in de categorie ‘Belegen Weduwe’. Mijn oudste dochter is zwanger van haar tweede kindje. Mijn middelste studeert af aan de filmacademie. Mijn jongste is niet meer minderjarig en doet eindexamen. Deze moeder is trots voor 2, op alle 3! De jongste slaagt vast en zeker, en gaat dan na de zomer op kamers. Ik ben dan voor het eerst echt ‘alleen’…

Mijn gevoelens van een weduwe met leeg nest syndroom doen er toe, maar horen niet thuis in de leeftijdscategorie en de levensfase waarin De Jonge Weduwe zich bevindt. De jonge weduwe rent zich namelijk rot. Luiers, prikjes, van en naar school, sportclubs, en elke avond weer verhaaltje voorlezen, het spul in bad, op bed en dan zelf naar bed. Alleen. Alle eerste keren van jullie kids alleen meemaken. Eenzaam in je kamer met je eigen gevoelens. Netflix, chocola, wijn, facebook en wat al niet meer, moet je de avond door helpen.

In de tweede plaats dacht ik dat het misschien niet zo gepast is om verscheurde, binnenste buiten gekeerde weduwen te trakteren op een I’m so happy tekst. Pas toen het me trof dat ik heus heerlijk happy ben én ook af en toe heus niet, vond ik dat ik wellicht toch iets kan bijdragen. Ook in mijn werk als rouwtherapeut en coach leef ik vaak mee met vrouwen die dezelfde weg (moeten) afleggen als ik. Wie weet vertel ik – met mezelf als voorbeeld – iets dat herkenning, bevestiging en bemoediging brengt. Uiteindelijk is dat toch wat ik met mijn schrijfsels op dit blog voor De Jonge Weduwe beoog. Dus hier komt-ie, vanuit mijn hart.

Ik ben soms behoorlijk BANG… Bang om weer te verliezen. Met name aan de dood. Ik denk veel vaker aan Peter en ik denk vaker aan de eerste periode na zijn dood. De pijn. De fysiek haast niet te dragen pijn. Het onomkeerbare afgesneden zijn. Mijn verlangen om hem te zien, spreken en voelen, knalde toen mijn lijf uit. Die periode was zo onbeschrijflijk vol pijn. Wat een tijd… En vervolgens werd het de jaren die volgden niet makkelijker. Op een ander niveau zelfs zwaarder, want het duurde en duurde maar. Hij kwam echt niet terug…

“Dit alles nog eens?”, stelde ik mezelf de vraag.

Ja..?…!! Geen kus willen missen. Iedere blik het waard vinden om dit misschien weer door te moeten gaan. Niet bepaald alleen vlinders en tralala gehuppel. Terwijl dat er ook echt is. Het niet samen kunnen zijn (want geen 20 meer en dus beiden een volwassen vol leven met werk, kinderen, gedoe, ruimte voor jezelf, etc…) roept bij mij ook oude rouwgevoelens op. Alsof de wond weer een beetje open schuurt. Eenmaal samen ligt er een kostbare schat van “dat ik dit werkelijk mee mag maken” in mijn handen. Hoe met dit beiden om te gaan? Dat te erkennen, te ervaren, te delen…? Zoeken – zoeken – zoeken… Durven – durven – durven…

En dan ook…

Bang om het verkeerd te doen, het te verkloten, om het maar plat te zeggen. Ik heb een paar ‘oefenrelaties’ gehad. Eén foute, en één liefdevolle (maar niet ‘mijn’ man). Ik heb daarvan geleerd, met name over mezelf. Ik ben erachter gekomen (en in mijn werk als rouwtherapeut en coach herken ik dit proces bij veel vrouwen) dat mijn huwelijk en mijn liefde voor Peter, naast liefde ook een soort ‘oplossing’ was van gevoelens van leegte en me niet geliefd voelen in mijn jeugd. Mijn onzekerheid, de leegte in mijzelf werd ‘opgelost’ doordat Peter, de leukste man op aarde, van mij hield en ik van hem. Na mijn rouw om hem kwam er een dieper liggend gemis aan de oppervlakte. Een gemis dat ik (onbewust) eerst weer in een relatie dacht op te lossen.

Gelukkig heeft niet iedereen een gemis uit zijn/haar jeugd die door de liefde moet worden opgelost, maar heel veel mensen hebben dat wel. Als dat voor jou geldt, dan ga jij dit ook tegenkomen. Het is namelijk niet door een ander op te lossen. Daar kom je achter doordat de ander is doodgegaan en je het met jezelf moet gaan klaren. Houd je wel genoeg van jezelf? Is het leven wel leuk zonder een ander? Kun je alles wat je voelt en denkt liefdevol ontvangen, of blijft daar het gevecht met jezelf en het leven…?

Voor mij geldt echt dat de Liefde glans geeft – aan alles. Maar ik heb wel het proces van verbinden met mezelf eerst moeten aangaan. Steeds maar weer nieuwe rouwrondjes moeten maken.

Nu op mijn 54ste voel ik me soms onbeholpen en onervaren voor de Liefde. Met een hoofdletter. Maar ik ga het aan, zonder spelletjes, met open vizier en met het risico weer te verliezen. Ik vind mezelf deze Liefde waard… enne… hem ook! 😉

Esther Cohen – Jezelf opnieuw uitvinden

De dood splijt de tijd in tweeën, in een voor en na.
De dood spleet mij in tweeën.
Ik was er wel, maar ik was er niet.

In de spiegel keek, op mijn mondhoeken na, hetzelfde gezicht van gisteren mij nog aan. Ik was het niet. Ik was het wel. Ik splitste op in een binnen- en buitenkant, in een normaal en abnormaal, in overmand door verdriet en fier rechtop, in nachten klaar wakker en dagen slepend moe, in een verstilde ‘hoe moet het nou?’ paniek en een luid controlerende dwingeland. In mij schreeuwde het en was het tegelijkertijd muisstil…

Alles leek lange tijd in uitersten aanwezig. Grote kapitalen in onzichtbare inkt gekrabbeld.

Op de één of andere manier was ik wie ik altijd was, maar dan enorm uitvergroot. Waar ik goed in was, leek nog beter en nadrukkelijker aanwezig. Wat niet zo mijn belangstelling had of talent was, kwam er nu helemaal karig vanaf. Daar bovenop was ik ook nog een ondefinieerbaar deel van mezelf kwijt. Ik snapte niet waar dat deel gebleven was. De enige verklaring die ik kon vinden was dat dat deel van mij achter Peter, mijn  dode man, was aangegaan. Ik vond dat wel een troostrijke verklaring. De dood had niet gewonnen. Hij had ons niet helemaal kunnen scheiden. Peter kon niet hier blijven, maar ik kon kennelijk wel met hem meegaan – of tenminste een deel van mij.

Misschien is dat echt zo, misschien ook niet. Het maakt trouwens niet uit, want feit is dat het deel van mij dat hier op aarde is achtergebleven hier verder moet leven. Aanvankelijk was dat een kwestie van overleven, maar op den duur heeft het weer willen Leven de overhand genomen. Gelukkig. Ik wil Het Leven leven en dat blijkt te betekenen een leven inclusief verlies en verdriet. Dat vond ik in eerste instantie niet zo’n fijne ontdekking. Mocht jij de bocht naar weer gaan leven genomen hebben dan herken je dat misschien. Stiekem wil ik alleen de lusten van het leven, niet de lasten. Ik heb mijn portie gehad, dank u wel, sla mij maar over.

De eerste keer dat iemand tegen mij zei dat ik mijn verdriet moest omarmen dacht ik dat die persoon van het padje af was. En nog steeds neem ik liever een paracetamol bij hoofdpijn dan dat ik mijn hoofdpijn omarm. Maar ik begrijp nu wel wat die persoon destijds bedoelde.

Mijn verdriet, angst (of wat ik maar als naar en vervelend ervaar) buitensluiten zorgt ervoor dat ik splijt, dat ik geen geheel ben. Ik besta uit alles. Ik besta uit mijn verlies en de wond die dat opgeleverd heeft. Ik besta uit de angst weer te verliezen of pijn te hebben. Ik besta uit de typische mijn-manier van mezelf overeind houden, controholic, lekker eten, drinken, (on)gezellig druk zijn, hangen et cetera. Ik besta uit al mijn kwaliteiten, talenten en levenslust. Ik besta uit een zonnetje. Dát alles bij elkaar en nog veel meer, dat ben ik! Ik ben een geheel. Ik ben Heel, inclusief dat wat kapot is.

Ik heb mezelf én het leven opnieuw moeten uitvinden. Ik heb me in dat proces niet zo geholpen gevoeld door bladen als Happinez of andere hoe-gelukkig-te-worden/zijn tendensen. Ik vond al te veel onbevangen gelukkig leven om me heen lastig. Gelukkig zijn als de norm of als doel gaf mij het gevoel dat gelukkig zijn goed is en ongelukkig zijn niet. Maar ongelukkig zijn is ook goed. Ik doe niks verkeerd als ik niet gelukkig ben. Het is prima. Maar wel uitermate K.. Dat zeker.

Ik heb uitgevonden wat voor mij Leven betekent. Namelijk gelukkig-zijn met open armen ontvangen en ongelukkig-zijn met twee armen omhelzen. Ik wens jou en mezelf dat we leren surfen op de golven van geluk en ongeluk. Op mijn surfplank staat als geheugensteuntje: HEEL IS INCLUSIEF KAPOT. En als aanmoediging: YOU GO GIRL!  Op naar wat ik allemaal nog meer ga uitvinden!

Op welke golf je ook zit als je dit leest, mijn hart gaat naar je uit… Ik ben benieuwd wat er op jouw surfplank staat of komt te staan. Ik wens je alle goeds!

Esther

Esther Cohen – Seksualiteit en zo…

Laatst werd ik gebeld door een medewerkster van een televisie productiebedrijf. Zij overwegen de productie van een programma waarin een weduwe op zoek gaat naar een nieuwe partner. Wat ik daarvan vond en of er iets te zeggen was over voorkeur voor een weduwnaar of juist niet? Het werd een boeiend gesprek…

In de ‘vrouw in rouw’ lotgenotengroepen komen – zodra de dames zich veilig en vertrouwd voelen met elkaar – de onderwerpen seksualiteit, aanraking, gemis en verlangen om te beminnen en bemind te worden ook aan de orde. Mijn persoonlijke ervaring is dat de drempel om over dit onderwerp te praten, laat staan actief actie te ondernemen, immens hoog was. Is! Nu na zeven jaar nog steeds.

In de eerste plaats, al geven mijn kinderen en schoonfamilie daartoe nauwelijks aanleiding, voelt het nog altijd als verraad om mijn verlangens, zeker naar hun toe, openbaar te maken. En geoefend hebben wij zeker met dit thema. Ik denk dat ik daar alleen al een aantal blogs over zou kunnen schrijven.

Mijn hemel, wat een emoties: weer vrijen, verbinden, verbreken, de draad weer oppakken, wonden likken, leren en mijn hart weer openzetten. Daarom dit blog als aanloop om het over seksualiteit en verlangens te hebben terwijl de rouw nog rauw en vers is. Wie weet herken je dit. Wie weet ook helemaal niet. Ieder mens is anders en zo heeft seksualiteit in ieders leven een andere plaats. Het kan je enorm overvallen dat dan in je rouw je lijf zich opeens begint te roeren. Terwijl je rouw zo groot is en seksualiteit iets intiems en lekkers tussen jou en je man was. Je lijf laat opeens weten te verlangen. Vast gehouden te willen worden of, meer nog, een stevige vrij partij te willen. Ik schrok me te pletter. Ik voelde me een ontaarde sloerie en durfde er met niemand over te praten.

Later, toen ik een opleiding deed voor rouwbegeleider, leerde ik hoe verschillende overlevingsmechanismen ons helpen te overleven. Wanneer de pijn te groot is om te bevatten, wanneer leven over gaat in overleven, dan bedienen we ons van deze mechanismen. Je herkent ze vast: controleren, compenseren en fantaseren. Ga maar na. Ik deed en doe het allemaal in meer of mindere mate. Bij compenseren kun je denken aan eten, drinken, roken, werken, sporten, en ook seks. En wat denk je van fantaseren? Als kind fantaseerde ik al liever een ritje op een pony door de bergen dan een stapel huiswerk. Ook nu droomde ik af en toe over die leuke vriend van mijn man…
Ja, ja.. echt waar! Ik kan het nu vertellen maar toen niet. Ik schaamde me rot.

Nu de paniek, de rauwe rouw voorbij is en ik heel wat heb afgerouwd, weet ik dat ik mijn man miste en nog steeds hartverscheurend kan missen. Nu weet ik dat erotische gevoelens of verliefdheden niets zeggen over mijn liefde voor en het gemis van mijn man. Wel zegt het iets over mijn verlangen en mijn gemis om me vrouw te voelen en te voelen dat ik leef. Dat ik niet mee gestorven ben. Dat ik nog begeerlijk ben en een toekomst heb!

Vandaag de dag kan ik het gemis van mijn man beter dragen én wens ik mezelf een nieuwe liefde.
De weg daarnaartoe, mocht jij die ook (ooit) weer willen gaan, is voor iedere vrouw anders. Je mag hem gaan en je mag hem ook niet gaan. Het is jouw pad.

Dit is mijn pad en hoezeer ik het pad ook heb willen controleren, ik kom er steeds meer achter dat het een proces is en dat ik iedere nieuwe stap zet wanneer ik daar aan toe ben.

Mijn motto: Met vallen en opstaan & staan en OPVALLEN!

Esther Cohen – Door leven zonder je man – Doorleven van rouw

Is dit waar jij voor gesteld staat? Dan weet je: wat een klus!
Je had je leven zo anders bedacht en plotseling komt daar een eind aan. Een slopende ziekte die alle leven letterlijk opslurpt, of een onverwachte plotselinge dood, zet een streep door je verwachte toekomst. Je levenspartner, je vriend, je geliefde, je collega-ouder is van je weggerukt en dat zet ook een streep dwars door je hart.

Als je dit hebt meegemaakt dan weet je hoe het voelt: alsof je in een andere dimensie terechtgekomen bent. Het leven om je heen gaat gewoon door, maar in jou staat het leven stil. Zó veel verschillende mensen, zó veel verschillende manieren om verlies en rouw te ervaren. Rouwen is het natuurlijke proces dat volgt op moeten loslaten, afscheid moeten nemen van wat je lief is. Iedere vrouw is anders, iedere vrouw heeft haar eigen verhaal, een eigen geschiedenis, een eigen leefsituatie. Geen kinderen, zwanger, kleine kinderen, puberkinderen, wel of geen fijne vrienden of familie om je heen? Het maakt allemaal uit in hoe je de nieuwe werkelijkheid in je leven aanvaardt en je weg erin vindt. Op een ander niveau maakt het ook helemaal niets uit. Want gemis is gemis, verdriet is verdriet, bang of boos is bang of boos, en moe is zo moe. En dan nog die eindeloze lijst met onzekerheden. Doe ik het goed? Hoe moet het met mijn huis? De opvoeding? Het verdriet van mijn kinderen? Mijn schoonfamilie? Mijn lijf? Wat als je niet meer uit bed wilt komen of juist bij de beste vriend van je man het bed wilt induiken?
Meningen van hoe het hoort en moet, of hoe het juist niet moet, ze spoken door je heen. Vaak komen daar nog meningen van anderen en goedbedoelde onzinadviezen bij.
“Je moet het een plekje geven”. Pff, op welke boekenplank dan!?“
Gelukkig heb je de kinderen nog”. …?… Wat moet je nou met zo’n opmerking? Gelukkig voelt namelijk heel anders.
Kortom, je hebt ook te maken met de mensen om je heen die in het beste geval in machteloze liefde toekijken hoe slecht jij het hebt en niets liever willen dan iets zeggen of doen zodat jij je beter gaat voelen. Maar dat lukt ze toch niet. Waarschijnlijk maak je mee dat de mensen die gewoon naast je verdriet kunnen blijven staan het meeste fijne en troostrijke gezelschap zijn.

De weg die je gaat kent verschillende fases. In de eerste plaats moet je ‘gewoon’ overleven. De pijn is te groot om te voelen. Je doet wat je moet doen, er lijken geen keuzes meer te zijn. Leven is overleven, en andersom. Langzaamaan wordt je duidelijk wat er nou eigenlijk gebeurd is en wat dat concreet betekent voor jou, je kinderen en je leven. De omvang ervan dringt dieper tot je door en wat ‘voor altijd’ betekent gaat echt binnenkomen. Je hebt het dan, zo mogelijk, nog meer te verduren. Hoe lang dat duurt en welke hoeken, gaten en dalen je allemaal te zien krijgt, of hoe uitzichtloos het juist allemaal is en hoe lang dat zo blijft, daar is geen draaiboek voor. Het is zo en het duurt. En dan op een gegeven moment voel je: ik keer me om, ik wil weer naar het leven toe. De andere kant op.
Je (her)vindt je kracht, je kwaliteiten, je zoekt naar nieuwe wegen, je voelt levenslust en verwarring. Je gaat heen en weer. Een stap vooruit en twee stappen terug, of andersom. Je gaat je leven weer opbouwen, je gaat van overleven naar leven, en je grote verlies neem je stapje voor stapje tot je. Je aanvaardt dat verlies en laat het een onderdeel van jou en je eigen levensverhaal worden. Het is een werkelijkheid die voortaan bij jouw leven hoort en eentje die je op verschillende niveaus steeds weer zult tegenkomen.

Rouw is onzichtbaar. Over je man of je gevoelens willen praten, luchtig of juist heel intens en je rouw zicht- en hoorbaar willen maken is goed en menselijk… ook na jaren. De dood duurt een leven lang.
Als ik je dan toch iets mee mag geven: Aandacht, herkenning en erkenning! Zoek het op, ontvang het! Ik wens het je toe! Je kunt rouwen niet verkeerd doen, het is zoals het is. Misschien heb je hulp of iets extra’s nodig, dat kan en mag. Maar vergeet niet: JE DOET HET GOED!