Petra van Rij – Voorwoord ‘Verloren en Gewonnen’

Onlangs verscheen een prachtig boekje, geschreven door Maria de Greef: Verloren en Gewonnen. Ik had de ongelooflijke eer hierin het voorwoord te mogen schrijven.

VOORWOORD VERLOREN EN GEWONNEN

‘Wanneer ben je eigenlijk geen weduwe meer?’ Die vraag wordt mij gesteld ter voorbereiding op een lotgenoten bijeenkomst voor Stichting De Jonge Weduwe. Ik lees de woorden nog eens op het scherm van mijn MacBook en verslik me bijna in een M&M.

No-one can go back and make a brand new start, anyone can start from now and make a brand new ending.‘ Dat is mijn motto sinds ik die zin tijdens een reis, zeven jaar geleden en alleen met onze meiden, ergens in Australië op de muur van een koffiehuisje las. Een heel nieuw einde, ja, dat moest het worden, nam ik me voor. Nieuw, maar wel zo volstrekt anders dan ik me had voorgesteld nadat de dood onze levens had verwoest. Mijn leven en dat van onze meisjes, van wie de ene achttien maanden was en de ander nog in mijn buik zat ten tijde van het ongeval.

En dat moment kwam; ik kreeg een nieuwe relatie. Zeven jaar na de plotselinge dood van Hans nam ik die sprong in het diepe. Ik zette mijn bindings- en verlatingsangst, die ik cadeau kreeg bij de dood van mijn liefste lief, opzij. Met onze twee meiden vertrok ik naar een nieuw leven, ruim honderdvijftig kilometer verderop. Het oude achterlatend naast het kerkhof met het graf van Hans.

‘Wanneer ben je eigenlijk geen weduwe meer?’, galmt er nogmaals door mijn hoofd. Ik lees de zin nog eens. En nog eens. Geen weduwe meer zijn… Ik kan me er niks bij voorstellen. Al zou ik trouwen met die nieuwe man, dan nog blijf ik toch de weduwe van Hans? Voor altijd. Waarom zou dat ooit stoppen? Ik kan het niet bedenken.

Zeker nu niet. Die relatie hield namelijk geen stand en mocht slechts drie jaar duren. En wat ben je dan? De ex van de een? De weduwe van de ander? Allebei wellicht? Het voelt eenzaam. Voor mij, maar ook voor onze meisjes, die misschien niet beter weten, maar wel hebben mogen voelen hoe een tweeoudergezin kan zijn.

Had ik het anders aangepakt als ik van tevoren had geweten dat mijn nieuwe relatie geen kans van slagen had? Nee, dat zeker niet. Ik heb het leven weer durven omarmen. Met al zijn ups en downs. En veel geleerd, want een samengesteld gezin is óók geen eenvoudige klus. Het is keihard werken, net als rouwen. En net als leven. Óverleven.

‘Wanneer ben je dan eigenlijk geen weduwe meer?’ Nooit. Ik bén weduwe en ik blijf weduwe. Mijn leven lang…. Van die stoere wedstrijdzeiler, die ook voor altijd de vader van onze kinderen is. Ik word omringd door weduwen die net als ik trots zijn op de weduw-titel. Omdat we hiermee weten wat het is om de Liefde te hebben gekend. En wat het is om de Liefde te missen. Mijn zusje schreef me ooit: ‘Omdat Hans zo nadrukkelijk aanwezig was in jouw leven, is hij ook zo nadrukkelijk afwezig.’ En dat is hij nog iedere dag. Ik heb gewonnen, maar ook verloren. Ik heb verloren, maar ook gewonnen. En dat rouwrandje voel ik elke dag….

Maria schetst in haar hartverwarmende boek dat rouwen en liefhebben unieke fenomenen zijn. Er is geen fout. Het is goed zoals het is, zolang je je hart maar volgt. Dus leef van dag tot dag, want niemand heeft je morgen beloofd.’

Petra van Rij – Ik hou/rouw van jou

Lieve Hans,

Het is nu ruim 8,5 jaar geleden dat je verongelukte. En dat je dood bent, realiseer ik me iedere dag. Er zijn mensen die denken dat dat stopt na verloop van tijd, of misschien wel na het krijgen van een nieuwe relatie? Die mij zelfs vragen wanneer de dag komt waarop ik geen weduwe meer ben. Ik begrijp dat niet, want ik blijf toch voor altijd jouw weduwe? Onze dochters dragen jouw achternaam en daar ben ik ongelooflijk trots op. Overigens schrijven ze op hun huiswerk en hun toetsen tegenwoordig Horrevoets-van Rij-Smink, en vroegen ze al deze letters aan de Sint dit jaar.

De Volvo Ocean Race is voor de derde keer sinds jouw dood in volle gang en duurt nog tot medio volgend jaar. Ongewild en ongevraagd zie ik – in tegenstelling tot eerdere edities van de Race – via de (sociale) media van alles voorbij komen. Enthousiaste en stoere verhalen van de mensen die ooit jouw teamgenoten waren, en die eenzelfde passie delen voor de sport die jou het leven kostte. Life goes on.

Dat weet ik natuurlijk ook wel, want my life goes on too. Onze knappe meiden zijn nu 10 en 8 en ze doen het fantastisch op hun al-niet-meer-zo-nieuwe school en ook-al-niet-meer-zo-nieuwe hockeyclub. Bobby stond laatst zelfs in de line-up toen het Nederlands dames elftal een oefenwedstrijd speelde tegen Duitsland, waarna ze met Naomi van As en Roos Drost op de foto mocht. Ze was zo trots! Nou interesseert jou dat hockey natuurlijk geen biet, maar mij lekker wel. En weet je, lieve liefie? Vaak denk ik tegenwoordig: ‘dan had je er maar moeten zijn’. Dan had je mee kunnen beslissen over de sportkeuze van de meiden. Dat had ik je zo gegund.

Ik realiseer me, nu ik 8,5 jaar zonder jou leef, dat ik in een nieuwe fase van mijn rouwproces zit. Eentje waarvan ik het bestaan nog niet kende. Een fase waarin ik op mezelf vertrouw. Voor de volle 100%. Misschien wel omdat ik besef dat ik het tot dusver best goed gedaan heb met die kids van ons. Ze zijn ‘goed gelukt’, om in jouw woorden te spreken. En ik hoop natuurlijk dat jij dat ook vindt vanaf jouw wolkje.

Weet je trouwens dat Bobby en Kit ons geheimpje kennen? Als we hand in hand lopen, dan hoeven we niks tegen elkaar te zeggen. Ik knijp gewoon vier keer in de handjes van de meisjes en zij knijpen vier keer terug. Dan word ik helemaal warm van binnen en ben je dichterbij dan ooit.

Hardop spreek ik de woorden Ik hou van jou niet zo vaak meer uit als ik naar je foto kijk of aan je graf sta. Jij zegt toch nooit wat terug, al jaren niet. Maar ik rouw nog steeds van jou. Iedere dag. De rest van mijn leven.

 

DE_JONGE_WEDUWE_BOOMERANG A6 jenna font

Foto 19-12-14 12 36 53

Sponsored by: Boomerang & Ietje Design

Petra van Rij – My home is my castle

Morgen is de laatste dag van 2013. Een jaar waarin we verhuisden van Noord-Brabant naar Overijssel. Een jaar waarin we werk, school, sporten en ons knusse huis achterlieten, in ruil voor een samengesteld bestaan in het Oosten van het land. Ons gezin van drie én een in ons hart, is nu een gezin met regelmatig zes, soms zeven, én een in ons hart.

2013 Is het jaar waarin de meisjes voor de laatste keer naar hun oude school gingen. Het is het jaar waarin we op de eerste dag van maart wakker werden in onze nieuwe stek, waarna ze een uur later werden begroet door hun nieuwe juf en klasgenootjes. En dat allemaal vanwege een nieuwe Liefde in het leven van hun moeder.

Vrijwel meteen zette ik heel stoer ons huis te koop. Het huis waarop Hans en ik in 2001 smoorverliefd werden. Het huis in het mooiste straatje van het dorp, dat we met onze eigen handen, en die van familie en vrienden, naar onze wensen hebben verbouwd en ingericht. Het huis waarop we zo trots waren, waarin we lief en leed hebben gedeeld. Het huis waarin ons gezin werd uitgebreid door de komst van Bobby, maar ook waarin Bobby en ik (met onze tweede dochter op komst) op 18 mei 2006 achterbleven – zonder Hans…

Jaren achtereen kreeg ik dezelfde vragen:
‘Ga je nu verhuizen?’
‘Ga je terug naar Friesland, zodat je dichter bij je ouders woont?’
‘Moet je hier niet weg? Alles ruikt hier zo naar Hans.’
‘Jij komt toch niet uit Brabant? Waarom blijf je hier eigenlijk nog?’

Nooit, maar dan ook nooit vond ik de dood van Hans een reden voor vertrek. Ons huis was mijn thuis. De muren, de vloeren, de plafonds, onze spullen, alles maar dan ook álles was van ons en dat wilde ik zo lang mogelijk vasthouden. Zo lang, dat ik niet eens een ander kleurtje op muren of kozijnen wilde smeren, omdat we samen alles hadden veranderd en ik niet zeker wist of mijn dode man iets anders wel mooi zou vinden. Slechts een ding wist ik al die jaren zeker: hier ga ik nooit met een ander wonen.

En nu – op de valreep in 2013 – is ons knusse huis met prachtige tuin verkocht. De getekende koopakte arriveerde vorige week per post. Vijf dagen lang durfde ik de envelop niet open te maken. Bang voor de confrontatie. Bang voor artikel 11, welke is doorgehaald maar niet is weggelaten: Verkoper verklaart voor zover nodig te handelen met toestemming van zijn/haar echtgeno(o)t(e)/partner die als bewijs deze akte mede ondertekent.

BAM! Daar staat het… dood is zo dood.

Samen ondertekenden we in september 2001 de akte van levering, waarmee een van onze dromen uitkwam. En nu ga ik óns huis in mijn eentje overdragen aan de nieuwe eigenaren. Op donderdag 30 januari zit ik bij de notaris in Breda. Rationeel weet ik dat het goed is. Maar sinds de dood van Hans is ratio een relatief begrip…

Petra van Rij – Het leven begint bij 40

Onlangs werd ik zo maar 40. Nou ja, zo maar… Met name de laatste jaren kostte het me bloed, zweet en tranen om deze respectabele leeftijd te mogen bereiken. Mógen, want het is mij dus wel gegund…

Stopte ik sinds de dood van Hans in 2006 alle verjaardagen in de doofpot omdat ik ze de moeite van het vieren niet meer waard vond, dit jaar móest en zou het anders. Feest moest het zijn en feest zou het worden. ‘Lang zal ze leven’ mocht weer door de kamer galmen, ook al geven die woorden nog steeds geen garantie. Daarvan ben ik me iedere dag bewust.

Zeven jaren lang was het afzien. De eerste drie telde ik álle seconden. Het vierde jaar ging ik op reis en leerde ik mijn nieuwe persoontje kennen – als weduwe (de keiharde realiteit), als moeder van twee prachtige dochters (de bevoorrechte realiteit), als vrouw (realiteit pur sang). In jaar vijf van mijn leven na verwerkte ik mijn ervaringen in mijn boek, dat in jaar zes werd uitgegeven. Tegelijkertijd richtte ik samen met mijn zus Stichting De Jonge Weduwe op.

In mijn boek Gisteren was alles nog goed schreef ik op pagina 137 deze passage:

“Ik merk dat mijn kinderen steeds vaker behoefte krijgen aan aandacht van een vaderfiguur. Waren ze in het begin vooral bang voor mannen, nu dagen ze ze uit, willen ze stoeien en gek doen. Ooit hoop ik iemand tegen te komen die die plek kan innemen binnen ons overgebleven gezinnetje. Want ook al wordt het nooit meer vanzelfsprekend, wordt het nooit meer zoals het hoort te zijn, toch gun ik het de meisjes en bovenal mezelf. De mens is er niet voor gemaakt om alleen te blijven – dit mens in ieder geval niet. Maar op dít vlak heb ik geduld. Ja, ooit, op een dag, komt nóg een keer die Big Bang en leefden ze langer en gelukkig…”

Geheel onverwacht ontmoette ik halverwege het zevende jaar een nieuwe Liefde. Ook hij werd onlangs 40 jaar. Met een scheiding in zijn rugzak en de dood in de mijne hebben we een bijzonder grote stap genomen toen we begin dit jaar besloten onze verscheurde gezinnen bij elkaar te voegen. Wachten komt in mijn woordenboek niet meer voor.

Het leven begint bij 40, hoor ik mensen zeggen. Dat voelt raar. Voor mijn gevoel heb ik al een heel leven achter me liggen. Mijn verdrietige en mijn mooie herinneringen horen daar bij.

Dat het leven met ons samengestelde gezin de nodige uitdagingen met zich meebrengt, staat buiten kijf – daar ga ik vast nog eens een boek over schrijven. Maar op de dag waarop ik 40 werd, kreeg ik een bijzonder teken in de vorm van Vergeet-mij-nietjes. Hiermee hoop ik dat de zeven slechte jaren achter me liggen en de zeven mooie eraan komen. Ik ben er klaar voor, ik heb er zin in en ik heb het verdiend (ahum).

En daarom kalkte ik op de uitnodiging voor onze veertigste verjaardagen de volgende woorden:

Er was eens… En ze leefden langer en gelukkig!

Petra van Rij – Weduwe voor altijd

Het heeft heel wat jaren, maanden, weken, dagen, en seconden geduurd, maar ik kan weer lachen. Ik woon zelfs weer samen. Met een nieuwe, even grote liefde. Hij is de leukste, liefste en lekkerste… op aarde. Ik had het nooit verwacht, maar ik voel me weer oprecht gelukkig. En naast weduwe en moeder voel ik me nu ook vrouw en geliefde, en voel ik me deel uitmaken van een volwaardig gezin. Een complex gezin, dat wel. Met een dode liefde, een dode papa, een levende liefde en een bonuspapa. Met twee eigen kinderen, drie bonuskinderen en een paar exen (op afstand). Weduwe ben ik nog steeds. Dat besef ik iedere dag. En gisteren in het kwadraat…

Om half vier rijd ik vrolijk met de meisjes naar het gemeentehuis in onze nieuwe woonplaats. Een maand geleden bracht ik datzelfde gemeentehuis ook al een bezoek om ons te laten inschrijven als inwonende.
‘Goedemiddag, mevrouw’, zegt de vriendelijke dame achter de ontvangstbalie, zodra ik de draaideuren gepasseerd ben. ‘Wat kan ik voor u doen?’
‘Mijn jongste dochter heeft een nieuw paspoort nodig’, antwoord ik, met de nadruk op MIJN, terwijl ik naar Kit wijs, die glunderend haar oude paspoort in de lucht houdt.
‘Natuurlijk’, zegt de receptioniste. ‘Daarvoor heeft ze een pasfoto nodig, een kopie van uw identiteitsbewijs, en een toestemmingsverklaring van de vader. Heeft u dat allemaal bij zich?’
Hier was ik gelukkig al op voorbereid, want dit is niet de eerste keer dat we een nieuw paspoort aanvragen sinds Hans dood is.
‘Dat laatste gaat niet lukken’, zeg ik. ‘Haar vader is dood, dus toestemming vragen gaat een beetje lastig.’
‘Sorry, dat wist ik natuurlijk niet. U mag plaatsnemen bij het televisiescherm in de wachtruimte en als uw nummer op het beeldscherm verschijnt, kunt u zich melden bij het betreffende loket. Een prettige dag.’

Als we aan de beurt zijn luister ik naar dezelfde woorden, ditmaal van de medewerkster achter balie 9: ‘goedemiddag, mevrouw, wat kan ik voor u doen?’
‘Zij heeft een nieuw paspoort nodig’, en weer wijs ik naar Kit.
‘Heeft u een toestemmingsverklaring van de vader meegenomen?’
‘Nee’, antwoord ik nogmaals. ‘Haar vader leeft niet meer. En als het goed is kunt u dat zien in het systeem, want ik heb ons een maand geleden hier bij u laten inschrijven en toen vroeg u me nota bene zelf op welk adres de vader woonachtig bleef. En daarop gaf ik u hetzelfde antwoord. Misschien is het handig om eerst in het systeem te kijken, alvorens u dit soort vragen stelt?’
‘Maar ik heb een toestemmingsverklaring van de vader nodig…’, gaat ze verder.
Mijn geduld raakt op en lichtelijk geïrriteerd zeg ik haar dat ze die dan zelf maar in de hemel moet gaan halen, of waar dan ook. Onmiddellijk krijgt ze assistentie van een meneer die haar erop wijst in het systeem te kijken.
‘O ja, hier staat het’, vervolgt ze. ‘Dan doen we het zonder toestemmingsverklaring en heb ik alleen een pasfoto en uw handtekening nodig.’

Met stomheid geslagen teken ik het formulier dat ze me overhandigd. Ik zie mijn naam en die van Hans onder elkaar vermeld staan, als ouders van dit mooie meisje naast mij. De plaats waar zijn handtekening had moeten staan, laat ik leeg. Met trillende hand geef ik haar het formulier terug en reken ik de gevraagde vijftig euro en vijfendertig cent af. Ze vertelt me wanneer ik het nieuwe paspoort kan komen halen en wenst me nog een prettige dag.

Compleet overdonderd en diep onder de indruk van deze manier van dienstverlening verlaat ik het gebouw. Volgende week mag ik er weer naartoe, om het nieuwe paspoort op te halen. Ongetwijfeld mist ze dan in haar dossier de toestemmingsverklaring van de vader en gaat ze nog even door met deze onnodige kwelling. De oplossing? Ik zoek als kersverse inwoner van deze provincie nog een betaalde baan in de nabije omgeving. Misschien kan ik het gemeentehuis eens een sollicitatiebrief sturen…

Petra van Rij – Biggest bitch on earth

De tijd die volgt is zonder enige twijfel zachtjes uitgedrukt afschúwelijk. En ik ben de biggest bitch on earth. Niks is goed. Stuurt iemand een kaart, is de inhoud kansloos – uitzonderingen daargelaten. Stuurt iemand geen kaart, dan is-ie ons nu al vergeten. Rinkelt de telefoon, dan zucht ik tegen de hond dat ik geen zin heb weer mijn verhaal te doen. Rinkelt-ie niet, dan is men ons nu al vergeten. Word ik uitgenodigd voor een etentje, feestje, kraamborrel of bruiloft, dan bries ik tegen mezelf dat ik zulke gelegenheden nooít meer zal bezoeken omdat ik dan áltijd weer alleen naar huis moet. Word ik niet uitgenodigd, dan zijn ze me nu al vergeten. Of dan ben ik het vijfde wiel aan de wagen. Of dan vinden ze me eng. Vraagt iemand mij in de supermarkt hoe het met me gaat, dan denk ik bij mezelf: heb je even? Want wat wil je horen? Ik ben namelijk krankzinnig geworden en voer gesprekken met een psycholoog, slik antidepressiva, laat me masseren (door een vrouw), doe de zonnegroet, en bezoek een medium. Vragen ze me niks, dan weet ik zeker dat ze bang voor me zijn, of vinden dat ik maar weer eens normaal moet doen.

Maar hoe moet dat? Hoe moet je normaal doen als het leven je van het ene op het andere moment zo te grazen heeft genomen?

Wat doe je als je man ineens dood is en je achterblijft met twee kleine kinderen van wie de een nog niet eens geboren is? Wat doe je als diezelfde man, die ineens doodging, ook je zakenpartner was en je werkbare leven derhalve samen met hem is begraven? Wat doe je als je de snelweg niet meer op durft, omdat je bang bent dat je ook doodgaat en de kinderen dan helemaal niemand meer hebben? Wat doe je als je het zelf ook eng vindt om met mensen te praten omdat je man ineens is doodgegaan en je niet weet wat je moet antwoorden op de vraag ‘hoe gaat het met je?’ zonder de ander te kwetsen? Wat doe je als je niet meer naar het weerbericht kunt kijken omdat ze dan áltijd de Atlantische Oceaan laten zien en dat nou net de plek is waar je man is doodgegaan? Wat doe je als het buiten stormt, wetende dat juist die storm de oorzaak is van het leven dat je nu leeft?

Wat doe je als je geen boek kunt lezen, geen film kunt kijken en geen tijdschrift kunt openslaan, omdat je concentratievermogen tegelijk met je dode man het graf is ingegaan? Wat doe je als je geen winkel meer in durft, omdat je dan langs die ene kroeg komt waar je vroeger altijd samen naartoe ging? Wat doe je als je in de speeltuin je mooie dochter voor het eerst in haar leven van de glijbaan ziet roetsjen en je misselijk wordt omdat je dat bijzondere moment niet kunt delen met juist diegene die net zo onvoorwaardelijk van je kind hield als jijzelf? Wat doe je als je na een vermoeiende eerste werkdag thuiskomt en het huis akelig leeg is? Wat doe je op zo’n prachtige eerste lentedag waarop álle gezinnen eropuit trekken en jij je meer dan ooit realiseert dat het nooit meer wordt zoals het hoort te zijn? Wat doe je als je kinderen in de rij bij de kassa out of the blue roepen ‘mijn papa is dood!’? Wat doe je als je naar een ouderavond gaat en er twéé stoeltjes klaarstaan, voor beíde ouders? Wat doe je met verjaardagen, die je de moeite van het vieren niet meer waard vindt? En met Kerst en Sinterklaas? Wat doe je als iemand je een prettig weekend wenst, terwijl je denkt – eigenlijk zeker weet – nooit meer een weekend als prettig te zullen ervaren? Wat doe je als je niks in je huis durft te veranderen omdat je niet weet wat je wijlen man ervan zou vinden?

Wat doe je als de wereld gewoon doordraait, terwijl-ie voor jou stil staat? Wie kan mij alsjeblieft vertellen wát ik dan moet doen? En hóe?!