Simone Speerstra – Alleen opvoeden maar soms ook samen…

In de tijd dat Petra van Rij en ik nagenoeg tegelijk weduwe werden, stuurden we elkaar sms’jes op de AAA-momenten: Altijd Alles Alleen-momenten. Alles went, zo ook het alleen opvoeden. Wat zeker niet altijd even gemakkelijk was (is). Maar positivo die ik ben, dacht dan altijd maar:’ ach, ik hoef tenminste niet te overleggen…’. Een gevalletje van iets recht praten wat krom is. Maar het hielp mij.

In de meeste gevallen gaat dat opvoeden in mijn eentje best goed. Tenminste, het loopt wel lekker. Of het écht goed gaat, zullen we pas na tig jaar weten als zoonlief volwassen is… En wanneer het niet lekker loopt – en die momenten zijn er écht wel – doe ik de opvoeding niet alleen. Dan haal ik fijn zijn vader erbij. Meestal wel nadat ik eerst weer eens een jankbui heb gehad, naar de hemel scheld en mezelf met een kwaaie kop voor de zoveelste keer afvraag waarom ik AAA moet doen. Nadat de boosheid (wat natuurlijk verdriet is) is gaan liggen, vraag ik me op zo’n moment af wat zijn vader gezegd of gedaan zou hebben om uit de strijd te komen met zoonlief. Op dat moment is het niet meer míjn zoon maar ónze zoon. Hij is uit ons beiden ontstaan en heeft van ons allebei iets meegekregen. En dat-ie meer van mij meekrijgt – omdat zijn vader er niet meer is – lijkt me een logisch verhaal. Maar Hugo verdient het om ook wel eens een benadering te krijgen vanuit de visie van zijn vader. Simpelweg omdat-ie erg op zijn vader lijkt en zijn vader nu eenmaal anders tegen de dingen aankeek dan ik dat doe. En ook omdat ik als moeder vind dat het soms best pittig is om als 10-jarige alleen met je moeder te leven. Er zijn voor hem nu eenmaal geen broertjes of zusjes die de aandacht afleiden.

Gelukkig kunnen we het grootste gedeelte van de tijd heel goed met elkaar, hebben we vaak de slappe lach en vertelt hij mij regelmatig eerlijk hoe het met hem gaat. We zijn net terug van een gave vakantie in Frankrijk waar ik alleen heen gereden ben met een gepimpte sleurhut achter de auto! Mede dankzij de hulp van mijn 10-jarige prachtzoon. Wat een held is hij dat hij tijdens de reis mij tot steun is en rekening met míj houdt in plaats van andersom. Maar er ging wel een zucht van verlichting door mij heen toen ik na een aantal weken de caravan weer de oprit opdraaide en Hugo en mezelf weer veilig thuis had afgeleverd.

Met het schrijven van dit stukje had ik in eerste instantie de intentie om iets te zeggen over alleen versus samen opvoeden. Maar met de laatste zin kan ik niet anders dan refereren aan alle slachtoffers van de MH17 die níet veilig zijn aangekomen, thuis of op hun vakantiebestemming. Wat een hartverscheurend drama dat niet te bevatten is. Vanuit het diepst van mijn hart hoop ik dat alle nabestaanden de kracht mogen vinden om het verlies van hun dierbaren te dragen.

Simone Speerstra – Vluchten versus loyaliteit

Het was eind 2006. Gerhard was zeven maanden dood. Twee keer per week kwam ik bij mijn therapeut Jaco om uit te huilen. Die ene keer had ik het zó enorm gehad met alles. Woedend was ik op de situatie. Ik had er toch zeker niet om gevraagd om in mijn eentje een kind op te voeden? Om weduwe te zijn op mijn drieëndertigste? Het liefst wilde ik weg. Weg van alles en iedereen en met Hugo een nieuw bestaan opbouwen. Jaco begreep dat ik weg wilde, maar gaf aan dat ik me één ding goed moest realiseren. ‘Jij hebt het recht niet om Hugo zijn familie te ontnemen’, sprak hij me toe, ‘want dat is wat je doet wanneer jij de werkelijkheid probeert te ontvluchten’. Langzaam hief ik mijn hoofd van de tafel en ik staarde Jaco aan. Vanuit mijn professie wist ik wat hij zou gaan zeggen én dat hij gelijk had, maar wanneer het je eigen privé-situatie betreft, komt de werkelijkheid keihard bij je binnen.

De existentiële band die een kind met zijn/haar ouders heeft, wordt vanuit de contextuele theorie ook wel de zijnsloyaliteitgenoemd: de onverbrekelijke band tussen kind en ouder. Deze band wordt gekenmerkt door de kleur van bloed. Een kind ontstaat uit beide ouders en daarmee is het ook aan beide loyaal. Het dankt immers zijn/haar leven aan deze twee ouders. Het is om die reden dat men dit de zijnsloyaliteit noemt; het omvat het ‘zijn’ van een kind. Om een volledige identiteit en persoonlijkheid te kunnen ontwikkelen, is het meest wenselijk dat een kind in vrijheid een relatie kan opbouwen met beide ouders. Het kan daarmee uiting geven aan zijn/haar loyaliteit naar beide ouders. Maar wat gebeurt er als een ouder overlijdt? Hoe zit het dan met de identiteits- en persoonlijkheidsontwikkeling? Gelukkig kunnen kinderen in de meeste gevallen wel uiting geven aan hun loyaliteit jegens de overleden ouder. Immers, deze ouder mag er gewoon zijn. Dit vaak in tegenstelling tot kinderen van gescheiden ouders, met name wanneer het een vechtscheiding betreft. Een kind uit zijn/haar verdriet en loyaliteit naar de overleden ouder middels praten, huilen, tekenen, bezoeken aan het graf om daar een tekening of bloemen te brengen.

De opmerking van Jaco en het feit dat ik beroepsmatig veelvuldig met deze thematiek in aanraking kom, heeft mij in ieder geval destijds doen beseffen dat ik de werkelijkheid niet meer wilde ontvluchten. Of ik daadwerkelijk het lef had gehad om de boel op te pakken en te vertrekken, is trouwens een ander verhaal. Maar Jaco heeft mij laten inzien dat de familie van ons kind een onmisbare schakel in zijn leven zou worden. Opa en oma kunnen hem juist datgene geven wat ik niet kan: een stukje vader! Een stuk herkenning van zijn eigen genen, waardoor hij iets dichter bij zijn ontstaan zal komen. Want hoe veel ik hem ook over zijn vader kan vertellen, het écht voelen is toch wezenlijk anders… Dankbaar ben ik dan ook voor zijn opa en oma, die een onmisbare rol spelen in zijn leven!

Simone Speerstra – Rouwende weduwe lastig vallen

Het zal een aantal maanden na Gerhards dood geweest zijn. Ik zat aan tafel en onder mij lag een plasje water. Tranen met tuiten. Ik was alleen. Twee hele dagen in de week was ik alleen om te rouwen. Hugo op de crèche. We woonden in het voorhuis van een oude boerderij. Een aparte woonkamer en eetkamer. Geen deurbel. Hadden we wel een deurbel gehad, dan had ik niet opengedaan.

Ik zit te huilen en hoor het grind knarsen. Ik kijk op en zie een man in pak staan. In mijn voortuin. Met een aktetas. Verbaasd, omdat-ie voor mijn neus staat. Boos om zoveel brutaliteit en geïrriteerd omdat hij mij stoort in MIJN rouwmoment. Ik kijk hem kwaad aan en knik met mijn hoofd: “Wat moet u”?

Hij vraagt of ik de deur open wil doen. Ik antwoord dat ik daar geen zin in heb. Het ziet er niet naar uit dat de man in pak snel gaat verdwijnen. Geïrriteerd loop ik naar het raam en doe dat open. Ik vraag hem wat hij wil. De man in pak met aktetas zegt: “Ben u mevrouw Speerstra en is uw man op 31 maart overleden”. Compleet verbaasd door deze vraag mompel ik van ja… Maar er borrelt een soort woede in mij op. Wie is deze man die in mijn voortuin staat en die mij stoort in mijn verdriet..?! Ik vraag hem hoe hij weet wie ik ben en dat mijn man dood is.

En dan word ik geconfronteerd met een antwoord dat ik weerzinwekkend vind. De man zegt dat hij grafsteenondernemer is en hij vraagt of ik al een grafsteen voor het graf van mijn man heb besteld. Naar adem happend vraag ik hoe hij in hemelsnaam weet dat ik weduwe ben. En dan komt het: “Dat heb ik gelezen in de krant.”

De man had geen slechtere weduwe kunnen treffen. Ik vervloek hem voor alles wat maar lelijk is. Ik schreeuw dat hij de meest walgelijke baan heeft die een mens kan hebben! Waar hij mij voor aanziet! Dat ik zelf wel kan bedenken wat voor steen er op zijn graf komt! En dat ik dat doe WANNEER IK ER AAN TOE BEN!

Het is maar goed dat ik geen voorwerpen had om naar hem te smijten. Want dat was het enige dat ik wilde. Wat een brutaliteit. Ik denk dat ik een week van slag ben geweest door dit bezoek. Nu was het destijds niet zo heel moeilijk om mij van slag te krijgen, maar toch. De privacy schending, de gedachte dat andere mensen met een heel ander doel naar rouwadvertenties kijken. Misschien was dat wel mijn grootste weerstand en daarmee mijn verdriet. Mijn dode man werd gebruikt voor commerciële doeleinden. De man in pak wilde geld verdienen aan mijn dode man… En ik? Ik kon het niet handelen….

Simone Speerstra – Brief van een lotgenoot

Lieve Peet,

Ik herinner mij nog goed het moment dat ik te horen kreeg dat Hans dood was. Ik reed net de snelweg op, met mijn hummeltje van twee jaar die zes weken daarvoor zijn vader was verloren. Ik werd gebeld vanaf de zaak. Het machteloze gevoel dat jij alles ging doormaken wat ik de zes weken daarvoor allemaal al had meegemaakt… Diezelfde avond heb ik je een brief geschreven. Recht uit het hart. Op tekenpapier van Hugo. Ik weet nog dat ik schreef dat ik het fijn voor je vond dat je zwanger was van de tweede. Bobby zou tenminste nog een broertje of zusje krijgen. En dat ik zo graag wilde dat de begrafenis zou worden gefilmd. Want dan zou je altijd nog documentatie voor Bobby en de baby hebben, voor later…

De foto in De Telegraaf, de dag na de begrafenis, van jou met Bobby op de arm lopend over de begraafplaats… Wat heb ik gehuild. Pas een jaar later zouden we (h)echt contact krijgen.
En daar zat je, een jaar na dato, aan tafel bij mij thuis. Wat was je ongelukkig, woedend en boos op de hele wereld. Verongelijkt waarom dit jou moest overkomen. Nooit zou je meer gelukkig worden. Hoe verschillend onze karakters ook zijn; wij begrepen elkaar zonder woorden. Als de dag van gisteren herinner ik me de ‘eerste keer’ dat het weer voorjaar werd. Met pijn in mijn buik voelde ik aankomen wat ik zou gaan zien: gelukkige gezinnetjes op de fiets, vaders die met hun kinderen een ijsje gingen halen, en nog meer van dat soort scenario’s. Alles wat ik niet meer had… Op het moment dat ik het huis verliet met Hugo,op die prachtige lentedag, kreeg ik een sms van jou. “Fijn he, dat voorjaarszonnetje!”, schreef je me. Mijn partner in crime! Jíj die exact, maar dan ook exact wist hoe ik mij voelde. Er was iemand die op hetzelfde moment hetzelfde verdriet voelde. Ze zeggen niet voor niets “gedeelde smart is halve smart”.

En jij bent het – nog steeds – die mij ieder jaar op de avond voor Hugo’s verjaardag een sms stuurt: “Zet ‘m op met de slingers ophangen, in je up”. Sinterklaas, Kerstmis, verjaardagen, sterfdata, vakanties, etc. De afgelopen jaren leken soms een aaneenschakeling van dagen en weken waarin we alleen maar werden geconfronteerd met ons weduwschap. En daaraan gekoppeld het alleen ouder zijn. Vader en moedertje tegelijk spelen. Wat heeft het geholpen dat we samen konden praten over van alles. En zo kan ik nog talloze momenten opnoemen waarin wij elkaar als geen ander herkenden en begrepen.

Lieve Peet, hoe verschillend we ook zijn, kijk waar we staan! Ik ben echt ongelofelijk trots op ons en onze kinderen. Wat een toppers, zo zonder vader. En wat hebben wij veel moeten doorstaan. Ik ben waanzinnig blij dat ik jou heb leren kennen. We zijn het er beiden over eens dat we dat liever onder andere omstandigheden hadden gedaan.

Jij hebt nu samen met Marijke Stichting De Jonge Weduwe opgericht. Wat een prachtig initiatief; goed doordacht en opgezet. Ik weet zeker dat alle jonge weduwen die er zijn en er nog gaan komen veel kunnen hebben aan deze site: herkenning, ontmoeten, tips, instanties, regels, etc. Ik hoop dat er jonge weduwen zijn die net zo veel aan elkaar zullen hebben als wij. Want ondanks de afstand tussen Friesland en Noord-Brabant heb ik altijd het gevoel dat jij er bent!
Ben onwijs trots op jou! Love you.

Liefs, Simone